Cat 5.  ML-KNIL

Veruit de meeste van de 140 voor de ML-KNIL bestelde P-40E kisten kwamen in 1942 te laat voor Indië, maar een beperkt aantal werd nog vliegklaar gemaakt voordat de capitulatie van Indië op 8 maart 1942 een triest feit was. (Wel zijn er Amerikanen ook aanwezig met USAAC P-40 toestellen).

 -------------------------------------

(bijdrage van Wilko Jonker met aanvullingen door Meindert de Vreeze):

P-40 Warhawk en de dreigende oorlog in het Verre Oosten

De uitgeweken Nederlandse regering in Engeland probeerde middels de Netherlands Purchasing Commission te New York voor de verdediging van Nederlands-Indië diverse vliegtuigen te verkrijgen. Zo werden er "140 stuks" P-40E besteld, maar dit werd niet gehonoreerd vanwege de enorme vraag elders (waarschijnlijke reservering registraties in de C-32xx serie) .

Wat ging er vooraf?

Na de aanval 7 december 1941 op Pearl Harbour was de oorlog in het Verre Oosten losgebarsten. De Japanse opmars zuidwaarts was in volle gang. Door de Amerikanen werd besloten versneld vliegtuigen bestemd voor andere geallieerde landen alsnog naar Nederlands-Indië te verschepen. Een beperkte hoeveelheid Amerikaanse USAAC/ USAAF P-40's was al begin februari 1942 op Oost-Java gestationeerd en had aan luchtgevechten deelgenomen boven Ngoro en Soerabaja. Aanvoer van versterkingen door de lucht was ondertussen erg moeilijk geworden. Japan had eind februari 1942 Bali veroverd en voerde landingen uit op Timor. Daarmee dreigden ze de verbinding af te snijden tussen Australië en Java. De eilanden zouden voor tussenstops worden gebruikt, zoals ferry flights van additionele P-40's van de USAAC (waarvan er al meer dan tien verloren waren gegaan bij een Japanse luchtaanval op Bali en doordat Amerikaanse piloten op een keer het Balinese vliegveld Denpassar niet konden vinden!).

Per schip volgden zendingen. Vanuit de Australische marinehaven Fremantle nabij Perth werden 32 vliegklare USAAC P-40E's aan boord van de vliegtuigtender USS Langley verscheept naar Java bestemd voor de USAAC/ USAAF voor de strijd tegen de Jappen. Voor de ML-KNIL waren 27 P-40E toestellen in kratten aan boord van het vrachtschip Sea Witch iets eerder vanuit het zuid-Australische Adelaide naar Indië gezonden.

Op 27 februari naderden de Langley en Sea Witch de Javaanse zuidkust. De Langley werd ontdekt door de Japanse vijand, getorpedeerd en ging verloren. Het was dezelfde dag waarop de voor de Koninklijke Marine en de Geallieerden zo fatale zeeslag in de Javazee plaats vond.

Het schip Sea Witch kwam wel op 28 februari 1942 behouden aan in de haven van Tjilatjap aan de zuidkust van Java. Vervolgens werden per trein direct 15 P-40E jagers naar de Technische Dienst in Bandoeng vervoerd en de resterende 12 naar de TD in Tasikmalaja. De toestellen werden niet toebedeeld aan de ML-KNIL maar waren bedoeld voor het Royal Air Force no.605 squadron. Sommige bronnen suggereren ook aan de ML-KNIL-afdeling 2Vl.G - IV. Men probeerde zo snel mogelijk de kisten klaar te krijgen en de assemblage werd door twee ploegen uitgevoerd, die elkaar om de twaalf uur aflosten. Hierbij werd TD-personeel van de ML-KNIL, grondpersoneel van de civiele KNILM en ook een aantal vliegtuigmakers van de MLD ingezet.

De Japanse opmars viel niet te stuiten. De vernieling van eigen vliegvelden, haven- en olie-installaties was nu in volle gang om te voorkomen dat ze intact in Japanse handen vielen. Ook was de evacuatie begonnen van burger- en militair personeel naar Australië. (Ook de USAAC vertrok op 4 maart met het restant van zijn vliegtuigen van Java richting Australië).

Waarschijnlijk waren 4 toestellen gereed waarvan 3 toestellen vliegklaar op Andir (nabij Bandoeng) op 7 maart 1942, één dag voor capitulatie;  Twee kisten vlogen er naar Pameungpeuk en 1 terug naar Andir voor motorreparatie. Er werd opdracht gegeven de P-40 toestellen onklaar te maken en op de avond van dezelfde dag door ML-personeel 'zonder rook en vuur', zoals de opdracht luidde, met behulp van bijlen en voorhamers vernield.

Op 8 maart 1942 capituleert het overzeese Nederlands-Indische gebiedsdeel. De Nederlandse ML-KNIL P-40E toestellen hebben in feite dus nooit aan gevechtsacties in Indië zelf deelgenomen. Waarschijnlijk zijn er toch 4 kisten redelijk onbeschadigd in Japanse handen gevallen.

Ondertussen was ook onderweg vanuit de Verenigde Staten van Amerika aan boord van een ander schip, de Bantam, met 18 additionele "lend-lease" P-40E toestellen voor de ML-KNIL. Dit schip week logischerwijs april 1942 direct uit naar Australië en de kisten overgedragen naar de USAAF/ USAAC aldaar en het Australische RAAF.


Oorlogsoperaties bij no.120 squadron NEI in het Verre Oosten
67 stuks met regi C3-500 t/m C3-566

Het NEI no.120 jachtvliegsquadron werd, meer dan een jaar na de val van Nederlands Indië, op 10 december 1943 opgericht in Canberra, Australië. (een 3 maanden eerder administratief opgericht no.119 NEI bommenwerpersquadron werd niet gerealiseerd en opgeheven). Dit was mogelijk nadat de eerste lichting jachtvliegers vanuit RNMFS Jackson USA in Australië arriveerde. Tussen eind december 1943 en half januari 1944 arriveerden per schip de eerste Curtiss P-40N Warhawks onder Lend-Lease-voorwaarden in Australië. Een aantal was voor de RAAF oorspronkelijk waren bestemd maar toegewezen door het geallieerde bevel aan het no.120 squadron NEI, nu vliegend vanaf Canberra, Australië. Eind januari 1944 had men de beschikking over 24 stuks P-40N-20CU met een Allison V1710 motor.

Eerst werd een RAAF een trainingsprogramma afgewerkt in het bij Canberra nabije Mildurra. De bedoeling was dat vervolgens Batchelor, de thuisbasis van no.18 NEI squadron met de B-25's, de bestemming van no.120 NEI jachtsquadron zou worden. Dit werd dit in maart 1944 gewijzigd in Merauke op Nieuw-Guinea. Vanwege een alarm dat een grote Japanse vloot onderweg was voor een aanval op West-Australië werd opdracht gegeven snel te vertrekken naar de RAAF base Potshot nabij de kust van mid-west Australië (ook een aantal NEI B-25's werden erheen gezonden). Het was een barre tocht er naar  toe te vliegen al vlogen vaak de B-25's voorop als navigatiehulp. Het was loos alarm en na een maand vloog men weer terug naar Mildura maar verdwaalden twee P-40 vliegers in een zandstorm en moesten springen.

Mid-april 1944 volgde de overplaatsing van duizenden kilometers van het jachtsquadron naar vliegveld Mopah dat was aangelegd nabij het plaatsje Merauke aan de zuid-oost mangrove kust van Nederlands Papua Nieuw-Guinea. De vliegtuigen met de vliegers door de lucht maar de verplaatsing van het grondpersoneel en uitrusting ging per schip langs de Australische oostkust. Het gebied rond Merauke bleef overigens gedurende de hele oorlog onder Nederlands (en Geallieerd) gezag. De Japanners voerden wel regelmatig luchtaanvallen uit maar hadden ze verder geen interesse het gebied in te nemen. Het veld nabij Merauke werd gebruikt  nu door no. 120 NEI en andere Geallieerde squadrons om de Torres Strait te verdedigen. Het gebied maakte navigeren erg lastig en gevaarlijk met de hoge bergen en onbekend gebied.

Eind april was het squadron zover dat men de taak van een RAAF P-40 squadron kon overnemen. Op 5 juli 1944 kon de eerste oorlogsactie worden uitgevoerd vanuit Merauke. Zes toestellen voerden o.a. een aanval uit op Japero, bij Timaka. Vanaf oktober 1944 werd het rustiger in het gebied. Vandaar dat men verzocht intensiever mee te gaan doen met de Geallieerden die meer naar het westen aan het vliegen waren. Dat ging gebeuren en de laatste maanden van 1944 en de eerste maanden van 1945 werden geregeld vliegers met hun P-40's gedetacheerd op Noemfoer als onderdeel van een Australisch RAAF wing. Vanaf mei 1945 werden vele, succesvolle aanvalsvluchten op doelen in Vogelkop, Ceram of de Banda-eilanden uitgevoerd op Japanse stellingen maar werden wel verliezen geleden. De opmars van de Geallieerden vorderde en op 26 april 1944 werd de stad Hollandia bevrijd en en het hoofdkwartier van de Amerikaanse generaal MacArthur. (Tussen Hollandia, Merauke en Australië kwam een intensiever transportverkeer op gang waarbij zelfs aan de Nederlanders mid-november 1944 een RAAF Wirraway "A20-11" werd uitgeleend die echter na twee weken al een noodlanding moest maken). Begin februari 1945 werd het no. 120 NEI "non-operationeel gesteld" en maakten de Geallieerden geen haast het een nieuwe opdracht met de P-40's te geven. Maar no. 120 NEI jachtsquadron ging weer oorlogsmissies vliegen tezamen met RAAF squadrons tegen de Japanners vanuit Biak op Nederlands Papua Nieuw-Guinea. Het squadron arriveerde mei 1945 via een omweg met de resterende P-40's op Biak dat ook veel betere voorzieningen had. Men ging snel weer deelnemen aan acties. Bij een aanval op een Japans radiobaken nabij Manokwari 1 augustus 1945 gingen 3 ? P-40's verloren en op 11 augustus nog een kist. Een paar dagen later was VJ-day met de overgave van Japan na de Amerikaanse atoombomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki.


Na de oorlog
Na de oorlog veel kisten in de serie regi J-300 t/m J-366 (??)
P-40N toestellen; 35 stuks, en wel de P40N-20/35-CU met de naam Kittyhawk IV; ze werden gebruikt tot juli 1950 bij ML-KNIL; ??

Na beeindiging van de Tweede Wereldoorlog en de overgave van Japan op "Victory day" 15 augustus 1945 had het no.120 squadron nog 37 P-40N toestellen over van de 67 die men gedurende de oorlog had ontvangen. Men stond nog onder RAAF-bevel en bleef (zoals hiervoor beschreven) gestationeerd op Biak op Nederlands Papua Nieuw-Guinea. De ML-KNIL was er formeel nog steeds.Ondertussen was om geïnterneerde burgers en militairen te vervoeren de RAPWI ("Rescue of Allied prisoners of War and Internees") opgezet. Om politieke redenen werd echter geen toestemming verleend aan no.120 NEI om naar Java te vertrekken. Aanvankelijk werd nog wat patrouilles gevlogen om de naleving van het bestand met Japan te controleren maar dit was al gauw over. Na verloop van tijd sloeg de verveling toe en werden, onder andere als tijdverdrijf, de Amerikaanse dumps afgestroopt op zoek naar bruikbaar materiaal. Zo'n 26 kisten werden overgenomen uit Amerikaanse dumps en de oude "lend-lease" kisten gingen zogeheten "retour". Het RAAF-personeel werd ook gedemobiliseerd en vervangen door oorlogsvrijwilligers en gerepatrieerde, vaak uitgeputte krijgsgevangenen.

Eind 1945 wilde men no.120 squadron met de P-40 kisten overbrengen naar het Indische Balikpapan, waar no.18 squadron reeds aanwezig was. Voor transport van het grondmaterieel was begin december het schip ms. Japara gearriveerd, maar deze bleek onvoldoende ruimte te hebben om al het verzamelde materiaal te kunnen vervoeren. Kort na vertrek van de ms.  Japara richting Batavia, werd het vertrek van personeel en vliegtuigen toch weer geannuleerd want men kreeg van de Britse autoriteiten geen toestemming om in Batavia te ontschepen. Hierdoor zat het squadron weer zonder grondmaterieel en werd opnieuw begonnen met verzamelen van gedumpt materiaal. Pas in maart 1946 kwam de toestemming om naar Java overgebracht te worden en in april 1946 kon het no.120 squadron naar Perak bij Soerabaja worden overgebracht om een Engels squadron af te lossen.

Ondertussen staken Indonesische nationalisten de kop op die onafhankelijkheid wilden. De Engelsen waren daarvoor ook al regelmatig in conflict geraakt met Indonesische opstandelingen, die vaak werden gesteund door gedeserteerde Japanners. De P-40 Kittyhawks van de ML-KNIL werden vanaf nu ook ingezet, o.a voor verkenningen en zo werden ook vier toestellen op Bali gestationeerd. Door gebrek van onderdelen en vakkundig personeel was de inzetbaarheid van de kisten beperkt.

In oktober 1946 kwamen ook de Fireflies van door no.860 squadron MLD aan en vertrok het no.120 squadron zelf naar Kalibanteng, wel bleef ter overbrugging van de opwerkperiode een patrouille van no.120 squadron achter tot eind januari 1947. Vanaf Kalibanteng werden regelmatig patrouilles en ondersteuningsvluchten gemaakt tegen Indonesische opstandelingen.

Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, werd het no.120 squadron ingezet bij operatie "Pelikaan", de P-40 toestellen vielen de vijandelijke AURI toestellen aan op o.a. de vliegvelden Magoewo, Panasan (Solo) en Maospati, diep in Republikeins gebied. Ook verleende het squadron steun aan de opmars van de troepen van de T-Brigade, en voerde het voorts vele verkenningen uit.Tijdens de 1e politionele actie werden zo'n tweehonderdvijftig sorties gevlogen.

Eind 1947 ging no.120 squadron naar Andir (Bandoeng). De P-40 toestellen begonnen nu wel erg oud en versleten de raken en de Technische Dienst had er de handen vol aan. Het voordeel hiervan was dat daar zowel de technische faciliteiten en het personeel voorhanden was om de verouderde P-40's te kunnen onderhouden. Veel operationele vluchten werden er niet meer gevlogen. In het tweede helft van 1947 werd het squadron op Andir belast met de opleiding tot jachtvlieger.

September 1947 werd nog het Operationeel Oefen Centrum opgezet met ook 3 P-40 kisten. In januari 1948 volgde verplaatsing van no.120 squadron naar Andir bij Bandung. Al snel daarna werd een groot deel van de taak van no.120 squadron overgenomen door het no.322 squadron uitgerust met Spitfires. In de loop van 1948 werden een aantal P-40s afgeschreven of gekannibaliseerd. November 1948 was de sterkte van no.120 squadron nog slechts 9 Curtiss kisten; het totale bestand P-40's was 19 stuks, waarvan een bij de PVA (Photo Verkennings Afdeling).

Gedurende de tweede Politionele Actie tussen 19 december en 5 januari 1948 werden een groot aantal vluchten uitgevoerd. Zo nam men deel aan de luchtlandingsoperatie op Magoewo. Voor de "dropping" van de Para's werd het vliegveld hevig door o.a. het squadron gemitrailleerd. Verder werden er vele verkenningen gevlogen en verleende het steun bij de opmars van de grondtroepen. In deze periode gingen vier machines verloren. Saillant is dat ondanks het oude materieel er toch de meeste uren werd gevlogen van alle drie jachtvliegsquadrons. Tussen april en juli 1949 werden de toestellen eindelijk vervangen door de lang verwachte P-51 Mustangs, eind 1948 waren de eerste conversie trainingen hiervoor al gestart.

Vanaf 1949 gaan de resterende toestellen naar een opleidingsschool GOS en volgt overdracht naar de Indonesische AURI. Echter, na juli 1949 was geen enkele P-40 meer operationeel. Op 10 juni 1950 werd het no.120 squadron opgeheven en het materieel overgedragen aan de Indonesische AURI.


curtiss-p40n-sweers-archive

Indische P-40N. Foto: collectie H.Blankwaardt via S. Sweers (used with permission)

 

curtis-p40n-mindef-author

Foto: Defensie voorlichtingscentrum / Ministerie van Defensie (used with permission). P-40N, de "WamBam"

curtis-p40n-2-mindef-author

Foto: Defensie voorlichtingscentrum / Ministerie van Defensie (used with permission)


Registratiegegevens Curtiss P-40N:
Registratie Staart-code Tweede Registratie(na 15-8-1945) US-Fiscal Year-nr. Bijnaam Datum in dienst (benadering) Datum uit dienst /afgeschreven Opmerkingen
C3-500 Y J-300 43-22972   01-12-1944 09-06-1947 Noodlanding 1 mei 1947 op Andir maar niet meer hersteld
C3-501   J-301 43-22974   01-01-1944 01-01-1949 24 december 1948 ongeval tijdens vlucht bij Sapoeran met mijnbommen explosie; afgeschreven ?
C3-502 B J-302 43-22975 Spit Kitty
01-01-1944 09-03-1949 Buiklanding op Perwakarta; Afgeschreven 01-05-1949
C3-503     43-22976 Wham Bham  01-01-1944 19-09-1944 Botsing in lucht met C3-544 bij Merauke.
C3-504    - 43-22977   01-01-1944 01-08-1944 Luchtafweer bij Manokwari en noodlanding op zee
C3-505   J-305 43-22978   01-01-1944 mei 1948 November 1947 voor onderdelen dekannibaliseert op Andir.
C3-506    - 43-22979   01-01-1944 16-11-1944 Crash op Merauke tijdens landing
C3-507   J-307 43-22980   01-01-1944 december 1948 Voerde ook enige tijd RAAF-registratie A29-503 ?; 17 december 1948 buiklanding op Kalibanteng en uitgebrand
C3-508    - 43-22981   01-01-1944 september 1944 Motorbrand tijdens escortevlucht 24 augustus 1944 bij Merauke.
C3-509   J-309 43-22982 Mississippi Bell 01-01-1944 01-01-1949 22 december 1948 ongeval tijdens actie met ontploffing mijnbommen bij Kaliangkrik
C3-510 J - 43-22983   01-01-1944 mei 1946 Crash tijdens ferryvlucht op 21-04-1946 bij Bandjarmasin op Borneo
C3-511   J-311 43-22984   01-01-1944 10-06-1950 februari 1950 in depot; Naar AURI overgedragen medio 1950
C3-512     43-22789 Rocky 01-01-1944 01-03-1944 maart 1944 uit dienst
C3-513     43-22790   01-01-1944 20-12-1944 verongelukt bij Yass in Australië
C3-514     43-22793 Mata Hari 01-01-1944 24-07-1944 Crash tijdens oefenvlucht bij Nassam Village
C3-515     43-22799 Goony Bird 01-01-1944 05-07-1944 Crashlanding bij Cooks Bay, piloot ongedeerd, toestel onbruikbaar gemaakt en piloot gered door MLD Catalina.
C3-516   J-316 43-22762   01-01-1944 medio 1949 februari 1950 in depot; Naar AURI overgedragen
C3-517     43-22763   01-01-1944 01-03-1944 afgevoerd van de sterkte
C3-518   J-318 43-22769   01-01-1944 04-06-1946 mei 1946 geraakt door luchtafweer bij noodlanding bij Tandjeong Perak
C3-519     43-22771   01-01-1944 medio 1945 12 juni 1945 grondongeval op Canberra (Aus.); mid 1945 afgevoerd
C3-520 P J-320 43-22772 Izzy the Injun (bij PVA) 01-01-1944 01-05-1949 wat kleine ongevallen maar steeds gerepareerd; Toestel rond oktober 1948 omgebouwd als verkenner en ingedeeld bij Photo VerkenningsAfdeling; buiklanding op Tjililitan 3 februari 1949 en niet meer gerepareerd
C3-521 E J-321 43-22774   01-01-1944 07-02-1946 Afgeschreven in periode tussen juni 1945 en november 1945; waarschijnlijk gekannibaliseerd
C3-522 R J-322 43-22775   01-01-1944 december 1949 Naar AURI overgedragen medio 1950
C3-523   J-323 43-22777   01-01-1944 december 1945 28 november 1945 ongeval Bundaberg en onderdelen geborgen
C3-524     43-22778   01-01-1944 29-03-1944 Piloot gesprongen bij Mildura (na te zijn verdwaald met 527)
C3-525   J-325 43-22784   01-01-1944 23-07-1947 Neergeschoten bij Magoewo bij Poltionele actie
C3-526   J-326 43-22804   01-01-1944 augustus 1945 4 april 1945 start ongeval bij Mokmer op Biak
C3-527     43-22757   01-01-1944 29-03-1944 Piloot gesprongen bij Mildura (na te zijn verdwaald met 524)
C3-528     43-22985   15-02-1944 09-07-1945 Piloot gesprongen bij Mokmer op Biak
C3-529   J-329 43-22986 Jinx 15-02-1944 feb 1950 februari 1950 in depot; Naar AURI overgedragen medio 1950
C3-530     43-22988   15-02-1944 30-08-1944 Buiklanding bij Merauke, piloot ongedeerd
C3-531   J-331 43-22991   15-02-1944 17-03-1948 Botsing met tractor tijdens de start vanaf Tjililitan en uitgebrand
C3-532   J-332 43-22995   15-02-1944 01-05-1949 Buiklanding op Solo 13 april 1949; afgeschreven
C3-533     43-23003   01-03-1944 17-02-1945 Crash tijdens oefenvlucht naar Banktown
C3-534     43-24347   01-06-1944 01-08-1945 Neergeschoten bij Manokwari
C3-535 G   43-24349   01-06-1944 23-06-1944 verongelukt Canberra
C3-536     43-24353   01-06-1944 13-12-1945 Crash bij Bandoeng
C3-537   J-337 43-24355   01-06-1944 april 1948 gesloopt op Andir november 1947
C3-538     43-24357   01-06-1944 22-02-1946 29-01-1946 noodlanding Bundaberg en gesloopt voor onderdelen
C3-539     43-24537   01-06-1944 04-07-1944 landingsongeval Mokmer
C3-540     43-24540   01-06-1944 24-07-1944 verongelukt nabij Nassam
C3-541     43-24541   01-07-1944 11-08-1945 Neergeschoten door Japanse luchtafweer bij Manokwari
C3-542     43-24545   01-07-1944 14-02-1945 14-02-1945 ongeval tijdens start Tanah Merah op Nieuw Guinea
C3-543     43-24549   01-08-1944 12-08-1944 al bij testvlucht Amberley (Australië) verongelukt
C3-544     43-24548   01-08-1944 19-09-1944 Botsing in de lucht met C3-503 bij Merauke; piloot kon zich redden.
C3-545     43-24552   01-08-1944 08-09-1944 ongeval Merauke
C3-546     43-24553   01-08-1944 01-11-1945 19-07-1945 ongeval bij Sorong
C3-547   J-347 43-24556   01-10-1944 medio 1949 februari 1950 in depot en medio 1950 naar AURI
C3-548     43-24544   01-10-1944 14-02-1945 noodlanding bij Yea (Aust. / NSW), piloot ongedeerd
C3-549 H J-349 44-7195 Snafu 01-09-1944 medio 1949 februari 1950 in depot en medio 1950 naar AURI
C3-550     44-7198   01-09-1944 19-09-1944 Afgeschreven na noodlanding na motorbrand op strand regio Merauke.
C3-551   J-351 44-7200   01-09-1944 april 1948 juni 1947 in voorraad depot Tjililitan
C3-552   J-352 44-7202   01-09-1944 06-09-1949 ongeval landing Andir
C3-553     44-7207   01-09-1944 19-11-1944 Crash bij oefening duikbombardement. bij Canberra ??
C3-554     44-7209   01-09-1944 09-12-1944 Crash bij aanval op Lantor eiland (Banda)
C3-555   J-355 44-7856   01-09-1944 medio 1949 opslag begin 1950 en medio 1950 naar AURI overgedragen
C3-556   J-356 44-7857   01-10-1944 24-12-1948 ongeval door explosie eigen bommen bij Sapoeran op Java
C3-557     44-7858   01-10-1944 18-07-1945 gecrashed bij Sorong Doom Island
C3-558   J-358 44-7859   01-10-1944 25-01-1949 diverse ongevallen maar hersteld; opslag begin 1950 en medio 1950 naar AURI overgedragen
C3-559   J-359 44-7860   01-01-1945 medio 1949 opslag begin 1950 en medio 1950 naar AURI overgedragen
C3-560   J-360 44-7861   01-01-1945 18-11-1948 Zwaar beschadigd 14-08-1947 bij Semarang maar hersteld; buiklanding Andir 18-11-1948
C3-561     44-7862   01-01-1945 17-05-1946 28-04-1946 ongeval landing Tjililitan, voor onderdelen gebruikt
C3-562     44-7863   01-02-1945 01-08-1945 Ditch voor de kust bij Manokwari
C3-563     44-7864   01-01-1945 17-05-1946 uit dienst gesteld december 1945
C3-564   J-364 44-7865   01-01-1945 31-03-1949 november 1945 uit dienst
C3-565   J-365 44-7866   01-01-1945 medio 1949 opslag begin 1950 en medio 1950 naar AURI overgedragen
C3-566     44-7867   01-11-1944 23-05-1945 23-05-1945 afgeschreven vanwege ?

Opmerking: P-40N toestellen; 35 stuks, en wel de P40N-20/35-CU met de naam Kittyhawk IV;

de kolom "Datum in Dienst" is een benadering wanneer het betreffende toestel in de sterkte van ML-KNIL 120e squadron vanaf 1943 werd opgenomen. Augustus 1947 kregen kisten in dienst een nieuwe registratie.  

 

Registratiegegevens: P-40E bestemd voor ML-KNIL op Java (begin oorlog besteld)
Registratie Constructienr. Datum in dienst Datum uit dienst Opmerkingen
USAAF 40-607 13482     onderweg en uitgeweken a/b schip Bantam ???; nooit operationeel
USAAF 41-5512 16504     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5556 16548     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5561 16553     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5566 16558     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5569 16561     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5587 16579     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5601 16593     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5604 16596     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5605 16597     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5608 16600     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5623 16615     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5625 16617     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5626 16618     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5627 16619     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5629 16621     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5630 16622     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5631 16632     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5637 16629     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5639 16631     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-5640 16632     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-24812 18831 of 19323     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-24833 18833     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-24836 18855     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-24837 18856     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-24839 18858     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel
USAAF 41-24841 18860     onderweg en uitgeweken?; nooit operationeel

 Bronnen o.a. [B36] Ward, [W4] NedWeb , [B1] MIP 1979-3 / 1986-1 / 2000-3  , [L2] Jonker  (zie ook literatuur opgave op INFO pagina).

Aanvullingen en correcties welkom! Gebruik het NedMil Contactformulier...

 

Deze inhoud voor het eerst opgesteld door Wilko Jonker en Meindert de Vreeze zomer 2004 (op de oude IPMS website)