Auteur: Walter Sonderman

Toen ik een jaar of 8 geleden van Maarten Schönfeld hoorde dat er een model van de kruiser De Ruyter zou komen, en wel van de naoorlogse versie, kon hij me direct als klant noteren. Dit is zo’n schip waar elke Nederlandse marine-fanaat op zat te wachten, en voor mij als bouwer van naoorlogse schepen een “natuurlijk project”. Het model zou worden ontwikkeld door Naval Models, een webwinkel die zich voornamelijk richt op schepen van de Koninklijke Nederlandse Marine.
Geen mainstream-fabrikant zoals Tamiya of Trumpeter, maar een representant van wat ze in Engeland “cottage-industry” noemen. Dat zou dus een multimedia kit worden, dus kunsthars en foto-ets. Een uitdaging, maar eentje die ik als modelbouwer wilde aangaan. Ik wilde eigenlijk de met de Terrier-geleide wapens uitgeruste Hr.Ms. Zeven Provinciën bouwen, maar de De Ruyter kwam, na een lange ontwikkelperiode, als eerste op de markt. Die “Zeven” komt nog wel…

Kruisers De Ruyter en De Zeven Provinciën (1953). 

De twee kruisers Hr.Ms. De Ruyter en Hr.Ms. De Zeven Provinciën waren de laatste kruisers van de Koninklijke Marine. Het waren -in een tijd van tweedehands schepen uit het buitenland- de grootste naoorlogse marineschepen van Nederlandse makelij. Jarenlang waren het naast het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman vlaggenschepen van de Nederlandse vloot.

De bouw van beide schepen, die bedoeld waren als opvolgers van de Java-klasse kruisers, ving aan voor de Tweede Wereldoorlog als uitvloeisel van het vlootplan Deckers, dat ook de bouw van drie slagkruisers inhield. De rompen waren bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog reeds in aanbouw. De bouw vorderde onder de Duitse bezetter echter zo langzaam dat men na de Tweede Wereldoorlog het ontwerp voor een groot deel nog kon aanpassen aan tijdens de oorlog opgedane ervaringen.
Uiteindelijk werden de schepen in 1953 volgens een volledig herzien ontwerp in dienst gesteld. Naast wat kleine verschillen was het grote zichtbare verschil tussen beide schepen de zogenaamde Atlantik-boeg van de Ruyter, welke door de Duitsers was aangebracht (zoals zij ook deden op hun Scharnhorst-klasse slagkruisers en de Hipper-klasse zware kruisers) en de rechte steven van De Zeven Provinciën.De Ruyter 12

De Ruyter 5

De Ruyter C801

De Ruyter heeft vanaf 1954 vooral dienstgedaan als vlaggenschip van zowel smaldeel 1 als smaldeel 5 en heeft tot 1972 zonder verdere grote verbouwingen gevaren. Hoewel er ook plannen waren om De Ruyter om te bouwen tot geleidewapenkruiser is dit vanwege bezuinigingen niet doorgegaan. In 1972 werd het schip voor 22,5 miljoen gulden verkocht aan Peru, waar het hernoemd werd naar BAP Almirante Grau en tot 26 september 2017, toen het uit dienst ging, als vlaggenschip diende. In 2017 was het de oudste kruiser ter wereld en tevens de oudste kruiser die kanons als primair geschut had. In augustus 2019 is besloten om het schip in Callao (Peru) als museum in te richten.

Technische gegevens:

Grootste lengte:

187,32 m

Grootste breedte:

17,25 m

Gemiddelde diepgang:

6,65 m

Waterverplaatsing (max.):

11.850 ton

Voortstuwing:

2 Parsons stoomturbines, totaal 85.000 pk

Maximumsnelheid:

32 knopen

Bemanning:

973 koppen

Bewapening:

8x 152 mm in dubbeltorens

8x 57 mm in dubbeltorens

8x 40 mm luchtdoelmitrailleurs

4x 3 inch saluutkanons

1 lichtraketwerper 10,3 cm

2 dieptebomrekken

 

De Kit. 

Zoals al eerder gezegd in de aanhef van dit artikel, Naval Models behoort met de in eigen regie ontwikkelde kits tot de zogenaamde “cottage-industry”. Goed vertaald betekent dat “huisnijverheid”, een nogal ouderwets begrip dat wel goed aangeeft hoe de kit is ontwikkeld. Onder huisnijverheid wordt verstaan: een kleinschalig, gedecentraliseerd productiebedrijf dat vaak vanuit een huis wordt geëxploiteerd in plaats van een speciaal gebouwde faciliteit.
Naval Models wordt gerund door Michiel Woort, het ontwerp- en ontwikkelwerk berustte bij Seraya Prudon en Maarten Schönfeld. Het vervaardigen van de kit gebeurt bij Tillymodels, waarbij gebruik gemaakt wordt van kunsthars in plaats van spuitgietplastic. Zie hun site: https://www.navalmodels.com/

De kit is op basis van foto’s en tekeningen ontwikkeld: al jaren stond een prototype van de kit, gebouwd door wijlen Hans Bosma, op evenementen als de Vlootdagen en de ESM, maar vorig jaar kwam dan eindelijk het complete model op de markt.
Waar Hans nog gebruik had gemaakt van 1/400 onderdelen en onderdelen van de eerdere door Naval Models ontwikkelde B-jager was nu bijvoorbeeld een specifiek voor de kit ontwikkelde ets-set in de grote en zware doos aanwezig. Een specifieke ets-set voor het railingwerk ontbrak nog echter, maar was in ontwikkeling.

Er was echter genoeg om te beginnen, want een kunsthars-kit zoals deze, geproduceerd met rubberen mallen, heeft zo zijn specifieke voorbehandeling nodig. Zo was bij mijn kit waarschijnlijk een van de rubberen mallen van de romp tijdens het gieten (dat bij dit proces dus niet onder hoge druk plaatsvindt) van zijn plaats verschoven, waardoor de romp -gelukkig aan de onderkant- niet geheel was gevormd. Ook andere onderdelen hadden hier in meer of mindere mate last van (en dan noem ik nog niet eens de talloze kleine luchtgaatjes), maar het moet benadrukt worden, dat er van de bouwer van dit soort kits wel wat vaardigheid en eigen initiatief wordt verwacht. Het is nu eenmaal geen “shake and bake”-kit (ik ben gek op die uitdrukking) zoals die van Dragon, Trumpeter, Hasegawa.

Mijn collega Drs. Plasticus had in de MIP3-2019 in zijn column het over het verschil over “modelbouwen” en “het in elkaar steken van onderdelen”. Wel, deze kit behoort zeker tot die eerste categorie! Toen ik eenmaal de romp geheel had gevuld, geschuurd, nogmaals gevuld en geschuurd heb ik deze vele malen tevreden in mijn handen gehad!


De kunsthars asbroeken waren ook te dun, dus die verving ik door een stukje rond plastic dat ook met veel geduld in de juiste vorm moest worden geschuurd. De assen zelf werden gemaakt van koperen staaf. De bijzondere kimkielen (die uit vele vleugelprofielen bestaan) aan weerszijden van de romp zijn uit dik foto-ets vervaardigd. Met een “scriber” maakte ik de uitsparingen in de romp dieper om deze goed te bevestigen.

20181209 145553 Kimkielen en scriber

Nadat ik de romp klaar had, ging ik verder met de bovenbouw en het geschut (waarover straks meer) tot ik de foto-ets railingset ontving.
En daar mag ik mijn petje voor de ontwerpers voor afnemen, want hier was alles aanwezig om de kit in één keer af te maken. Alle railing was op maat gemaakt, en de kwaliteit van het etswerk was beter dan van sommige mainstream-fabrikanten. Ik bracht de railing van het hoofddek in twee avonden aan en kon toen eindelijk aan het spuitwerk van de romp beginnen. Ik bouw namelijk altijd zoveel mogelijk een kit op mét railingwerk en al vóórdat ik ga spuiten. Het voordeel daarvan is dat het ets zich veel beter laat vastzetten en je alles al in kleur kunt spuiten. Veel modelbouwers zetten het apart gespoten foto-ets er pas na het schilderwerk op, maar dat kan lijmresten achterlaten op het model en etswerk, waardoor er nog wat restauratiewerk aan het schilderwerk nodig is. Ik spoot dus eerst de onderromp rood, daarna de zwarte waterlijn voordat ik het geheel afplakte om verder te gaan met de donkergrijze dekkleur. Vervolgens plakte ik het dek af: dat is het nadeel van de techniek, een vervelend klusje met vele kleine stukjes Tamiya-tape. Maar ja, je bent modelbouwer, hé…😉. Toen kon de lichtgrijze rompkleur erop en het verder aanbrengen van detail op het dek. Een ander voordeel is dat als je de romp klaar hebt, deze al op een standaard kan worden geschroefd: je hoeft de romp dan niet meer aan te raken. Voorwaarde is wel, dat je de bovenbouwen al goed pasklaar maakt. Het shelterdek moest daarvoor redelijk worden geschuurd, ook het achterdek paste niet heel nauwkeurig en vergde veel vul- en schuurwerk.

20190528 212215

Bovenbouw en handleiding. 

Tijdens het wachten op de railingset kon ik me bezighouden met alle onderdelen van de bovenbouw. Er was al veel detail meegegoten, wat de bouw vergemakkelijkt én versnelt. Ook hier geldt weer, dat er wat vul- en schuurwerk is aan de onderdelen. Sowieso moet kunsthars goed worden schoongemaakt om een betere hechting van de verf en lijm te garanderen. De handleiding zegt dat je de patrijspoorten zwart moet verven, maar ik boorde ze zo diep mogelijk open, ook weer een voordeel van een massief stuk kunsthars. Ook freesde ik wat deuren uit om deze open te zetten. Voor alle deuren gebruikte ik die uit een Gold Medal Models set.
De handleiding is overigens door Naval Models vervaardigd nog voordat er beschikt kon worden over alle onderdelen, waardoor deze niet meer dan een indicatie geeft van de plaatsing van de onderdelen. Dat maakt het goed bestuderen van foto’s noodzakelijk. Na de bouw ben ik op verzoek van Naval Models begonnen met het aanpassen van de handleiding en met foto’s die ik tijdens de bouw heb gemaakt: deze zal binnenkort van de site van Naval Models te downloaden zijn. Eén voorbeeld is bijvoorbeeld de plaatsing van zeven verticale staafjes tussen hoofd- en shelterdek: Hans, waarvan foto’s van zijn model in de handleiding zijn opgenomen, had er zeven gezien en ook zeven geplaatst, dus deed ik dat ook, met metalen staafjes. Het bleken er echter negen te zijn…overigens zaten er correct negen in de railingset!

Op foto’s zijn verstevigingen opzij tegen de opbouw onder de voorste schoorsteen te zien: deze zijn later aangebracht, want op vroege foto’s van De Ruyter ontbreken ze geheel. Vermoedelijk zijn deze pas na proefvaarten erop gekomen, waarschijnlijk naar aanleidingen van trillingen in de (aluminium) opbouwen. Bij de ontwikkeling van de kit waren deze niet op tijd ontdekt en moesten deze dus uit “scratch” gebouwd worden. Ik heb dat gedaan met dunne en kleine stukjes Evergreen-plaat en wat kleine stukjes foto-ets voor detail.

vooropbouw 7P Versteviging

20190506 225731 Verstevigingen brug

Ook bracht ik wat meer detail aan in de bovenbouw, zoals leidingen, kleine platformpjes en dergelijke.

Ook de bovenbouwen ondergingen mijn bouwmethode: eerst railing en alle verticale trapjes (en dat zijn er vele, waarvan een paar niet op de handleiding staan), vervolgens de dekkleur, die afplakken en dan het lichtgrijs. De raampjes van de voorste bovenbouw werden met een heel klein kwastje en verdunde zwarte verf ingevuld. Omdat de raampjes diep genoeg zijn, vloeiden die vanzelf dicht: ik had een hele avond gereserveerd, maar ik had alles al na een kwartier klaar, en zonder correctiewerk! Nu schoot de bouw behoorlijk op en kon ik me eigenlijk sneller dan ik aanvankelijk had gedacht met de andere details zoals het geschut bezighouden. 

20190612 220245 Voorste opbouw

20190612 220245 Voorste opbouw

20190718 190104

Geschut. 

Alle lopen van de 152 en 40 mm kanons zijn in kunsthars gegoten. Van de 57 mm zijn helemaal geen lopen aanwezig. Kleinere kunsthars-onderdelen zijn erg kwetsbaar, en ik had me met recht zorgen gemaakt over de kleine 40mm loopjes: er braken er vier af bij het losmaken van de gietboom. Ik had echter op de ESM van 2018 metalen lopensets van Master gevonden (set SM-350-081) met twintig 40 mm loopjes, én een metalen lopenset voor de HMS Belfast (SM-350-079 HMS Belfast Armament Barrels), waarin het juiste formaat 152 mm lopen zat. Voor de 57mm had ik aanvankelijk gedacht “metal tube” te gebruiken, maar dat vond ik er niet al te realistisch uitzien. Nu zijn die 57 mm kanons van het watergekoelde type, waardoor de loop met mantel veel dikker uitvalt: de 104mm loopjes uit de Belfast-set kwamen veel overtuigender over. De koepels uit de kit werden uitgeboord en van de lopen voorzien, gespoten en wederom tevreden kon ik me daarna met de masten bezighouden. 

20190520 214450 Metalen lopen 40 mm 

20190520 214450 Metalen lopen 40 mm

20190520 214450 Metalen lopen 40 mm

Masten. 

De voorste bovenbouw is voorzien van een zogenaamde “mack”: dat is een “stack” (schoorsteen) en “mast” ineen. De schoorsteen is onderdeel van de bovenbouw met een klein mastgedeelte erbovenop. Dat mastgedeelte is voorzien in de ets-set die in de kit wordt meegeleverd, maar ik volgde hier niet de handleiding: tussen al het traliewerk en het platform erbovenop moet namelijk ook nog een zogenaamde wave-guide worden aangebracht. Een wave-guide is een golfgeleider, een structuur die de elektromagnetische golven geleidt om energieverlies te vermijden omdat die golf zich anders naar alle richtingen zou verspreiden. Zo’n wave-guide bestaat in onze schaal 1/350 uit twee stukjes plastic strip, maar die bij de hoofdmast is erg lang en dus opvallend. Ik besloot de voormast, die ik maakte van drie staafjes metaal, wel eerst uit te lijnen op de bovenbouw, daarin ook drie gaatjes borend voor de latere installatie. Vervolgens bracht ik de wave-guide aan en pas daarna de foto-ets delen, die tot mijn tevredenheid er precies tussen pasten. Daarna bouwde ik de mast verder af met de platformen en railing.

20190524 213852 Voorste mast

De seinra is wel meegeleverd in de foto-ets set, maar op basis van foto’s besloot ik die toch uit 0.3 mm metalen staaf te vervaardigen, wat bovendien ook veel steviger was. Hetzelfde deed ik met de lange ra’s, waar ik een 0.3 mm metalen staaf achter lijmde. Het geheel kon ik nu apart spuiten om pas later te installeren op de bovenbouw.

20190825 150546

De hoofdmast was een stuk eenvoudiger: het bestaat uit één groot foto-ets onderdeel met twee driehoekige foto-ets bordessen ertussen. Die gebruikte ik om een en ander uit te lijnen. Vervolgens voorzag ik de mast aan de binnenkant ter versteviging van stalen tubes, die ik van onderen liet uitsteken zodat ik pootjes had om de mast op de achterste bovenbouw te bevestigen. De handleiding zegt dat je de mast “koud” op de bovenbouw moet lijmen, maar dat gaat natuurlijk niet zo werken.
Volgens de handleiding moet je de wave-guide maken van plastic strip en die tegen de rechterpoot van de mast lijmen, maar in werkelijkheid loopt deze vanaf de bovenkant van de linkerpoot van de mast naar de rechterpoot en vanaf daar pas naar de opbouw. Dat kon ik doen met drie zorgvuldig uitgemeten stukjes plastic strip. Nogmaals, foto’s bestuderen is een must! Het platform en de radar lieten zich eenvoudig installeren. Ook hier spoot ik het geheel, waarbij er zorgvuldig afplakwerk nodig is, omdat de top van de mast vanaf het schoorsteen-niveau zwart is. 

20190619 213407 Waveguide achterste mast

Afbouw.

Op het achterdek van de romp bracht ik de dieptebom-rails aan, maar ik gebruikte daarbij de rails uit een Gold Medal Models set voor een Gearing-klasse destroyer: die kwam wat mij aangaat veel overtuigender over dan die in de ets-set. Ook “scratchte” ik de lichtraketwerper (de “koe”) van plastic en een stukje foto-ets.

20190825 150730Lichtraketwerper De Koe

20190804 212526 Scratchbuilt lichtraketwerper

Voor de vier Amerikaanse Mk 57 richttoestellen (voor de 40mm mitrailleurs) en de 3 inch saluutkanons vond ik bij Shapeways veel beter gedetailleerde 3D geprinte exemplaren dan de kunsthars onderdelen in de kit.

20190825 150602

20190825 150602

20190825 150602

Ik was nu in de fase waarin de vooraf gebouwde en gespoten romp, bovenbouwen, geschut, masten en radars samenkwamen, en alles paste eigenlijk perfect. Als laatste gingen de motorsloepen en schouwen erop, en had ik na een maand of acht een prachtige De Ruyter, die op diverse evenementen als bij de SMW in Telford en de laatstgehouden ESM behoorlijk de aandacht trok.

20190825 150744

20190825 150541

20190825 150541

20190825 150541

20190825 150541

20190825 150541

20190825 150541

20190825 150541

20190825 150541

Conclusie.

De kit is een goede basis voor een indrukwekkend model van deze mooie kruiser, maar, zoals in de tekst al vaker aangehaald, dit soort modellen zijn voor de meer ervaren modelbouwer, die bereid is zelf onderzoek te doen en ook ervaring heeft in het bouwen van dit soort kits. Het is niet een TamiHasegaTrumpy-kit, waarin je bij wijze van spreken wat lijm en verf gooit, ermee schudt en een model in de kast zet. Er is veel geduld, schuur-en vulwerk nodig, en ik had geen spijt van mijn beslissing ook volop gebruik te maken van nieuwe media (3D geprinte onderdelen) en metalen lopen.

Referenties:

Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hr.Ms._De_Ruyter_(1953)

Deugdelijke Schepen, S.G. Nooteboom, ISBN 90-288-2637-8

Koninklijke Marine in beeld 1960-1969, Lanasta, ISBN 90-807822-4-6

Kruisers De Ruyter en de Zeven Provinciën, Vlootrevue serie A, ISBN 90-248 7502 1 (uitsluitend antiquarisch verkrijgbaar)

 

Met dank aan Maarten Schönfeld en Seraya Prudon voor het helpen bij verder onderzoek en advies tijdens de bouw.

 

20190825 150618

 

dit artikel werd 24 februari 2020 gepubliceerd op de website; zie ook MIP 2020-1